Woord van de curator: Between Fires
Between Fires: Irradiated Imaginations and Anti-Nuclear Solidarities, samengesteld door schrijver en onderzoeker Fabienne Rachmadiev onderzoekt de verwevenheid van koloniale machtsstructuren met kernenergie en -proeven en de wereldwijde vormen van verzet die hiertegen zijn ontstaan. Centraal staat de Noord-Kazachse steppe rond Semey, waar de toenmalige Sovjet-Unie tussen 1948 en 1991 grootschalige kernproeven uitvoerde. De woord van de curator sluit aan bij deze geschiedenis door leefwerelden opnieuw met elkaar te verbinden via nieuwe en bestaande poëtische en audiovisuele kunstwerken, die tezamen een getuigenis vormen van nucleair kolonialisme doorheen tijd en plaats.
Tekst door Fabienne Rachmadiev
Vertaling door Marion Bruinenberg, Ebissé Wakjira
In Almaty, Kazachstan, staat een socialistisch-classicistisch gebouw uit het Stalin-tijdperk met vele pilasters en versieringen. Maar daarvóór staat nog een monument, dat je makkelijk over het hoofd ziet door de grandeur van het Writer’s Union-gebouw: een granieten rechthoek, met een gravure waarop een Kazachse sjamaan en een oudere van de Westelijke Shoshone-gemeenschap een vredespijp uitwisselen. Dit is het symbool van de antinucleaire beweging Nevada-Semey, die eind jaren tachtig in Kazachstan (toen nog de Kazachse Socialistische Sovjetrepubliek), een enorme opmars maakte. De beweging werd geleid door de dichter Olzhas Suleimenov en was met duizenden demonstranten de grootste antinucleaire beweging ooit. Ze bouwden voort op het werk van de wetenschappers die in de jaren vijftig al de gevaren van radioactieve straling voor het milieu en de gezondheid in kaart brachten, vaak met gevaar voor eigen leven.¹Doordat het Sovjetregime de noordelijke Kazachse steppe Semey (die voor hun onafhankelijkheid Semipalatinsk werd genoemd) meer dan veertig jaar als kernproeflocatie heeft gebruikt, zijn er 18,7 megaton radioactieve stoffen neergedaald.²
Hoewel deze antinucleaire beweging zich voornamelijk richtte op de onafhankelijkheidsstrijd in Kazachstan, zocht zij ook aansluiting bij andere volkeren en plekken die door koloniale machten als kernproeflocaties zijn gebruikt, zoals de Nevada Test Site op het land van de Westelijke Shoshone Indigenous gemeenschap. Hun activisme omvatte gezamenlijke rituelen, zoals het uitwisselen van een vredespijp en het gooien van stenen in het vuur om het kwaad te verdrijven.³ Tijdens het vuurlopen, een eeuwenoud reinigingsritueel, liepen honderden mensen tussen twee grote vuren over de steppe. Door deze en andere acties speelde Nevada-Semey een sleutelrol in het beëindigen van de Sovjet-kernproeven en in de sluiting van de Polygon-testlocatie in Semey in 1991.
Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie ondertekenden Kazachstan, Wit-Rusland en Oekraïne als erfgenamen van het Sovjet-kernwapenarsenaal het Memorandum van Boedapest: zij stonden hun kernwapens af aan Rusland in ruil voor veiligheidswaarborgen. Onder deze geopolitieke, financiële en militaire structuren schuilen de mensen wiens levens direct geraakt worden door de cyclus van uraniumwinning en kernwapenproeven. Het nucleaire verleden van Kazachstan is uitgebreid bestudeerd in de context van de Sovjet-Unie en de nucleaire wapenwedloop tijdens de Koude Oorlog, maar is buiten deze context niet erg bekend. Daarom wordt het land vaak niet beschouwd als een slachtoffer van nucleair kolonialisme.⁴
De structurele geheimhouding rond nucleaire programma’s, wat verboden is en vaak teruggrijpt op retoriek uit de Koude Oorlog en strategische ‘veiligheidsoverwegingen’, leidt tot het achterhouden van gegevens die essentieel zijn voor het verkrijgen van gerechtigheid voor de slachtoffers. Omdat straling al onzichtbaar is, zorgt het opzettelijk verbergen van nucleaire infrastructuren voor een dubbele uitwissing, wat de solidariteit en samenwerking tussen getroffen regio’s en gemeenschappen bemoeilijkt. De Nevada Semey-beweging en huidige initiatieven zoals het Nuclear Truth Project verzetten zich expliciet tegen deze uitwissing door de getroffen gemeenschappen, vaak de oorspronkelijke bewoners, met elkaar te verbinden. Wetenschapper Lou Cornum noemt hen de ‘bestraalde internationale gemeenschap’: ‘Degenen wier levens is getekend door uranium en andere wapenmaterialen vormen een verspreid geheel van families, gemeenschappen, vijanden en vreemden.’⁵
Nucleair beleidswetenschapper Togzhan Kassenova begint haar baanbrekende boek over de nucleaire geschiedenis van Kazachstan met de gevolgen voor mensen (naar schatting zijn er 1,3 miljoen mensen het slachtoffer geworden van verschillende stralingsvormen en radioactief afval) en voor dieren, zowel huisdieren als wilde dieren als de saiga-antilopen en de argali’s (wilde schapen).⁶ Kassenova richt zich met name op de steppe zelf, die heilig is voor zijn bewoners en van belang voor de nationale verbeelding maar door het Sovjetleger, dat op zoek was naar een geschikte kernproeflocatie, ‘onbewoond’ werd verklaard. In die tijd was de nucleaire wapenwedloop met de Verenigde Staten in volle gang: de eerste succesvolle ontploffing van een atoombom op de Trinity-testlocatie – die vooral gevolgen had voor de oorspronkelijke bevolking en hun woonomgeving – markeerde het begin van een nucleaire wereld.
Kassenova beschrijft gedetailleerd de steppe: de Irtysj-rivier die erdoorheen stroomt en de seizoensgebonden migratieroutes die een nomadische levensstijl mogelijk maken, door zich aan te passen op de uitdagende omgeving. Ze beschrijft de schoonheid, de uitgestrektheid, de vele kleuren, de heilige betekenis die het landschap heeft voor zijn bewoners. Ze benadrukt ook het culturele belang van de regio: de stad Semey, de bakermat van vele Kazachse kunstenaars, schrijvers en andere intellectuelen. ‘De mensen uit Semipalatinsk willen dat hun land bekendstaat om zijn geschiedenis en cultuur, om de rijkdom van zijn flora en fauna, en niet alleen om de ontberingen die ze hebben moeten doorstaan.⁷
*
De tentoonstelling Between Fires – Irradiated Imaginations & Anti-Nuclear Solidarities (Tussen twee vuren: radioactieve verbeelding en antinucleaire solidariteit) neemt de bestraalde steppe als uitgangspunt voor reflectie op de gelaagde geschiedenis van nucleaire technologieën, koloniale machtsstructuren en verzetsvormen, en sluit daaraan bij via nieuwe en bestaande visuele, poëtische en sonische bijdragen. Er zijn voor deze tentoonstelling twee nieuwe kunstwerken gemaakt, die ingaan op het culturele belang van de Semey-regio en tegelijkertijd stilstaan bij de gevolgen van de radioactieve schade voor de steppe. Nükte, van Äsel Kadyrkhanova, betekent ‘punt’ of ‘stop’ in het Kazachs en impliceert een einde. Het werk bestaat uit een vast punt in een uitgestrekt landschap zoals de steppe, een referentiepunt van waaruit de straling kan worden bekeken of het gebied voor en na de straling. Door een combinatie van video-animatie, herinneringen en potloodtekeningen benadert Kadyrkhanova de steppe als fundamenteel onkenbaar na de stip. Het collectief buulbuul presenteert een installatie en performance, The Burial of a Brown Goose, waarin de relaties tussen mensen en andere levensvormen centraal staan. De muzikale en mondelinge tradities die integraal deel uitmaken van de Kazachse cultuur creëren zorg en vriendschap in gebieden die getekend zijn door koloniaal geweld, in de vorm van gedwongen industrialisatie, door de mens veroorzaakte hongersnood en kernproeven.
De meeslepende geluidsinstallatie van Kamila Narysheva en Vicky Clarke neemt de blijvende betekenis en sluimerende aanwezigheid van straling op de noordoostelijke Kazachse steppe in beschouwing. Narysheva ondernam een uitdagende reis naar de voormalige kernproeflocatie, ook wel de Polygon genoemd, om zo met eigen ogen de plek waar te nemen die het toonbeeld is geworden van de Kazachse onafhankelijkheidsstrijd en een grote rol speelt in de collectieve verbeelding. Haar opnames zijn een getuigenis van de sporen die nucleaire temporaliteiten op een plek achterlaten. Zo komt de plek zelf tot leven, alsof die eindelijk ook getuige van zichzelf mag zijn.
Terwijl de Polygon in buitenlandse media vaak wordt afgeschilderd als een dystopische woestenij – waarmee er opnieuw met een koloniale blik naar de steppe wordt gekeken – getuigen de werken van deze kunstenaars zowel van de noodzaak om de gruwelen te herdenken als van de noodzaak met liefde en toewijding voor de steppe te blijven zorgen. Niet alleen om het voortbestaan ervan te verzekeren, maar ook om de kennis, de vreugde en de schoonheid van deze ‘eeuwige steppe’ respect te betonen.
Vanuit dit uitgangspunt verbindt Between Fires ook andere regionale perspectieven en aangetaste landschappen met een nucleaire geschiedenis. De filminstallatie Burial (2022) van Emilija Škarnulytė biedt een blik op het verleden, het heden en een mogelijke toekomst van de Ignalina-kerncentrale, die tijdens de Koude Oorlog in Litouwen gebouwd werd. De kunstenaar heeft de ontmanteling van dit immense bouwwerk vertaald in een meeslepende reis, waarin geluid net zo goed het beeld bepaalt als andersom.
De prent Dig Up The Sun (2022) van Roger Peet volgt door tijd en ruimte de route die de atoombommen die op Hiroshima en Nagasaki zijn gegooid hebben afgelegd. De kaart van Peet bestrijkt een enorm gebied: van de uraniumwinning in de Shinkolobwe-mijn in de Democratische Republiek Congo, via de Trinity Test Site in New Mexico naar talrijke verrijkingsbedrijven, fabrieken en havens, voordat de atoombommen in Japan tot ontploffing werden gebracht. Er zijn enorm veel technologieën, hulpstoffen en mensen nodig om een kernwapen te maken. Hoewel de grootte van Peets kaart overweldigend is, is hij opvouwbaar; we moeten deze routes van geweld en vernietiging doorgronden en met ons meedragen, om ons ertegen te kunnen verzetten.
De atoombom is ontstaan in de Verenigde Staten. Daarom stelt Demian DinéYahzi in zijn werk my ancestors will not forget this (20219) nadrukkelijk: ‘Elke Amerikaanse vlag is een waarschuwing.’ Een evident feit voor degenen die slachtoffer zijn geworden van Amerikaans geweld. De kleuren die DinéYahzi gebruikt verwijzen zowel naar oorspronkelijke landschappen als naar de giftige gloed van radioactief afval en de roodachtige tinten van afval van uraniumwinning.
Een ander, subtieler ‘waarschuwingssignaal’ is te vinden in de textielkunstwerken van Dilyara Kaipova, die traditionele Centraal-Aziatische weeftechnieken, zoals ikat, combineert met waarschuwingssymbolen voor radioactieve stoffen. Kaipova’s chapans zijn prachtige herinneringen aan wat deze weeftraditie door de eeuwen heen heeft meegemaakt en moeten doorstaan. Een chapan, een traditionele lange overjas, fungeert als bescherming tegen straling of als bewustwording van al hetgeen dat al doordrongen is van straling.
Ook in We Have Always Known the Wind’s Direction (2023) van Inas Halabi is kleur het zichtbare gevolg van onzichtbare straling en geheime nucleaire infrastructuren. In deze beelden spookt de vraag of nucleair afval ten zuiden van de Westelijke Jordaanoever begraven kan worden rond door het landschap.
Terugkomend op de nucleaire erfenis van de steppe: Almagul Menlibayeva behandelt het verleden, het heden en de mogelijke toekomsten van de Polygon in de vijfkanaalse video-installatie Kurchatov 22 (2013). In dit kunstwerk wordt speculatieve fictie gecombineerd met getuigenissen van slachtoffers, met een spookachtige soundtrack voor de scènes die balanceren tussen mythe en droom. Menlibayeva beschouwt de nucleaire erfenis van de steppe niet als geschiedenis, maar richt zich op de gevolgen van straling, zoals in haar recente textielwerk met de onheilspellende naam Thermonuclear Skin (2022).
Naast deze artistieke bijdragen tonen twee archiefdossiers over antikernenergieactivisme, samengesteld door onderzoeker Kamila Smagulova en het International Institute for Social History te Amsterdam, hoe gemeenschappen zich hebben verenigd in de strijd om hun omgeving te beschermen.
De bewoners van deze en andere nucleaire locaties, waar kernenergie wordt gewonnen, opgeslagen of tot ontploffing wordt gebracht, zijn hoofdzakelijk het slachtoffer, maar ook de bestraalde landschappen moeten niet weggezet worden als ‘een andere plek’, verre geschiedenis of de onwerkelijkheid van een dystopische toekomst. Kernenergie is een mondiale aangelegenheid, met name in een toenemend militaire wereld waarin opnieuw door regimes gedreigd wordt tot het inzetten van kernwapens. Zoals wetenschapper Gabriele Schwab in Radioactive Ghosts schrijft: ‘De uitvinding en het gebruik van de eerste atoombom en de angstaanjagende wetenschap dat die het vermogen heeft om al het leven op aarde te vernietigen, hebben “de natuurlijke orde der dingen” verstoord. Want deze wetenschap heeft invloed op het voortbestaan van de mens.’⁸ Schwab noemt dit ons ‘nucleaire onbewuste’. Kernenergie kan zóveel schade toebrengen (ook aan degenen die ver van de kernproeflocaties en in het koloniale moederland wonen), dat het iedereen op de een of andere manier gevangen houdt.
Wat betekent het om in zo’n nucleaire wereld te leven?
Fabienne Rachmadiev, 2026
1. Tot op heden heeft Moskou deze gegevens niet vrijgegeven.
2. Dat is ongeveer duizend keer zoveel als toen de Verenigde Staten een atoombom op Hiroshima en Nagasaki lieten vallen.
3. Rozsa, George Gregory ‘The Nevada Movement: A Model of Trans-Indigenous Antinuclear Solidarity.’ Journal of Transnational American Studies, vol. 11, nummer 2, 2020, p.99-123.
4. Hennaoui, Leila en Marzhan Nurzhan. ‘Dealing with a Nuclear Past: Revisiting the Cases of Algeria and Kazakhstan through a Decolonial Lens.’ The International Spectator, voorpublicatie, 2023, p.1-19.
5. Cornum, Lou. ‘The Irradiated International’, lezing tijdens de Future Perfect-conferentie, 7-8 juni 2018 bij het Data & Society Research Institute.
6. De Sovjets gebruikten met name honden voor hun experimenten.
7. Kassenova, Togzhan. Atomic Steppe: How Kazakhstan Gave up the Bomb (Redwood City: Stanford University Press, 2022), p.4.
8. Schwab, Gabriele. Radioactive Ghosts (Minneapolis: University of Minnesota Press, 2020), p.4
Between Fires: Irradiated Imaginations and Anti-Nuclear Solidarities is samengesteld door Fabienne Rachmadiev. De tentoonstelling is gemaakt in opdracht van en geproduceerd door Framer Framed en wordt gepresenteerd in samenwerking met Sonic Acts als onderdeel van de Sonic Acts Biënnale 2026.
Grafisch ontwerp geïnspireerd op het zuiveringsritueel in Karaul, Kazachstan, 6 augustus 1989, zoals te zien in Nevada i Semipalatinsk (1989), regie: Sergey Shafir, Kazakhfilm.
Framer Framed wordt ondersteund door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; Amsterdams Fonds voor de Kunst; Gemeente Amsterdam; en VriendenLoterij Fonds.
Curatorial Text / Diaspora / Ecologie / Extractivisme / Koloniale geschiedenis /
Exposities
Tentoonstelling: Between Fires – Irradiated Imaginations & Anti-Nuclear Solidarities
Deze tentoonstelling samengesteld door Fabienne Rachmadiev brengt een gelaagde geschiedenis in beeld, waarin nucleaire technologieën, koloniale machtsstructuren en vormen van verzet onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn
Agenda
Opening Between Fires: Irradiated Imaginations and Anti-Nuclear Solidarities
Opening van de tentoonstelling Between Fires, met een performance van buulbuul
Netwerk