Over de rol van kunst in een globaliserende samenleving

Framer Framed

'Court for Intergenerational Climate Crimes' (2021-2022),door Radha D’Souza & Jonas Staal. Foto: Ruben Hamelink Geproduceerd door Framer Framed, Amsterdam.

Statuut Intergenerationale Klimaatmisdaden

Statuut Intergenerationele Klimaatmisdaden [2021 (christelijk); 1443 (islamitisch), Pilava (Tamil), 2078 (Gujarat), 1943 (West-India), 2564 (Thailand), 1400 (Perzië), 5782 (Hebreeuws), 4718 (China), 110 (Noord-Korea)] [1]


STATUUT TER AFSCHAFFING VAN INTERGENERATIONELE KLIMAATMISDADEN, TOTSTANDKOMING VAN INTERGENERATIONELE RELATIES VAN SOLIDARITEIT EN KAMERAADSCHAPPELIJKHEID TUSSEN MENSEN EN NIET-MENSELIJKE SOORTEN, OPRICHTING VAN HET HOF VOOR INTERGENERATIONELE KLIMAATMISDRIJVEN (COURT FOR INTERGENERATIONAL CLIMATE CRIMES) EN BEPALING VAN MAATREGELEN OM HET MISBRUIK VAN RELATIES TUSSEN GENERATIES EN TUSSEN SOORTEN IN HET VERLEDEN DOOR BEPAALDE PERSONEN TE HERSTELLEN.

UITGEVOERD DOOR DE VERGADERING VAN ALLE AANWEZIGEN, IN NAAM VAN DE MENSELIJKE EN NIET-MENSELIJKE VOOROUDERS, MOEDER AARDE EN DE KOSMOS, EN DOOR HET GEZAG VAN DE AANWEZIGEN IN DEZE VERGADERING IN HUN HOEDANIGHEID ALS DE VOOROUDERS VAN TOEKOMSTIGE GENERATIES: –

28 oktober 2021 van de christelijke kalender en bijbehorende data, maanden en jaren in alle andere kalenders.


  1. TITEL EN INWERKINGTREDING

Dit Statuut wordt het Statuut Intergenerationele Klimaatmisdaden genoemd.

Het Statuut treedt in werking op 28 oktober 2021 van de christelijke kalender en overeenkomstige data, maanden en jaren in andere kalenders.

 

  1. INTERPRETATIE

In dit Statuut:

2(1) Onder “klimaat” wordt verstaan de omstandigheden die nodig zijn voor de reproductie van elke soort, inclusief maar niet beperkt tot:

  1. a. Weerpatronen in een gebied binnen de levende herinnering van mensen;
  2. b. Weerpatronen in een gebied die in het verleden nodig waren voor niet-menselijke soorten om te overleven;
  3. c. Weerpatronen in een gebied die nodig waren voor de mens om de omstandigheden te reproduceren die nodig zijn voor het individuele, sociale en culturele leven;
  4. d. Ecologische omstandigheden die nodig zijn voor de reproductie van verschillende soorten;
  5. e. Sociaalecologische omstandigheden die nodig zijn om wederkerige relaties tussen mensen en niet-menselijke soorten in stand te houden;
  6. f. Sociale omstandigheden die nodig zijn voor het voortbestaan van menselijke samenlevingen en culturen.

2(2) Onder “mensen” wordt een concept-afhankelijk kuddedier verstaan dat reeds bestaande concepten nodig heeft om met de wereld om hen heen om te gaan en de capaciteit bezit oordeel te vellen en om individueel en collectief gedrag te herzien, opnieuw te beoordelen, aan te passen, te veranderen, modificeren en te verwerpen op een manier die al dan niet in het belang is van toekomstige generaties mensen en/of niet-mensen.

2(3) “Intergenerationeel” omvat alle verleden, tegenwoordige en toekomstige generaties.

Voor de toepassing van dit Statuut wordt verduidelijkt dat:

  1. a. De term intergenerationeel niet beperkt is tot een enkele stap in de lijn van afstamming van een voorouder;
  2. b. De betekenis van een generatie niet beperkt is tot dertig jaar of een ander vastomlijnd aantal jaren;
  3. c. Een generatie voor verschillende soorten een verschillende tijdsduur kan hebben;
  4. d. Intergenerationele relaties, relaties omvatten tussen mensen, tussen niet-menselijke soorten en tussen mensen en niet-menselijke soorten;

2(4) Onder “rechtspersonen” worden juridische artefacten verstaan die zijn opgesteld door een groep bevoegde personen met als doel hun ecologische, sociale en juridische aansprakelijkheid en verantwoordelijkheden die voortvloeien uit hun activiteiten te beperken.

  1. a. Voor de toepassing van dit Statuut is een op basis van een grondwet opgerichte staat een rechtspersoon.

2(5) Onder “marktgerichte gemeenschappen” worden groepen mensen verstaan die verenigingen, juridische entiteiten, vrijwillige zelfhulpgroepen of andere vakbonden vormen met als doel het kopen en verkopen of verhandelen op markten die zijn opgericht voor dergelijke transacties en activiteiten die verband houden met de transacties.

2(6) “Niet-menselijke soorten” zijn alle andere verleden, tegenwoordige en toekomstige soorten die leven, hebben geleefd of in de toekomst zullen leven;

  1. a. Ter verduidelijking omvatten niet-menselijke soorten alle natuurlijke fenomenen zoals waterlichamen inclusief rivieren, beekjes, beken, vijvers, meren, zeeën en oceanen; rotsformaties waaronder bergen, heuvels, bergketens, grotten, ravijnen en dergelijke; plantensoorten van elke variëteit en elke andere levensvorm die onderworpen is aan zijn wetten waaronder geboorte, dood, verval en regeneratie;
  2. b. Mensen en niet-menselijke soorten kunnen min of meer gedeelde eigenschappen en kenmerken hebben.

2(7) Onder “persoon” wordt elk levend wezen verstaan dat onderworpen is aan de wetten van het leven, d.w.z. de cycli van geboorte, leven, dood en regeneratie gedurende perioden die bij elke soort passen.

  1. a. “Persoon” is niet gelijk aan een “rechtspersoon”, d.w.z. juridische artefacten die door de wet zijn voorzien van menselijke eigenschappen.

2 (8) Onder “plaatsgebonden gemeenschappen” worden groepen mensen verstaan die op een plek wonen, inclusief een regio, gebied, of plaats, en op grond daarvan een gemeenschap vormen.

  1. a. “Plaatsgebonden gemeenschappen” kunnen verschillen in grootte, aantal mensen en/of schaal van activiteiten;
  2. b. “Plaatsgebonden gemeenschappen” kunnen gezamenlijk de meest effectieve manieren bepalen om hun verantwoordelijkheden van voogdij over huidige en toekomstige generaties en hun natuur vorm te geven, en hun gemeenschappen en hun ecologieën te besturen en beheren in overeenstemming met de bepalingen van s.5 van dit Statuut.

2 (9) De interpretatie van woorden en betekenissen in ieder statuut dat door een juridische entiteit is aangenomen, moet in overeenstemming zijn met de betekenis van de termen in s.2 en de doelen en doelstellingen van dit Statuut.

 

  1. INTERGENERATIONALE KLIMAATMISDAAD

3(1) Er wordt een “intergenerationele klimaatmisdaad” gepleegd wanneer een groep personen die optreedt als een enkele “rechtspersoon” in naam van een juridische entiteit zoals gedefinieerd in s.2(4), onder de door henzelf vastgestelde wetten handelingen verricht en/of nalatig is, of in het verleden betrokken is geweest bij handelingen en/of nalatigheid, die schade toebrengt of heeft gebracht, of bijdragen of hebben bijgedragen aan de vernietiging, schending of anderszins een nadelige invloed hebben of hebben gehad op de voorwaarden die nodig zijn voor de reproductie van een soort, inclusief maar niet beperkt tot:

  1. a. Handelingen en/of nalatigheid die, in het verleden en/of het heden, op korte of lange termijn schade toebrachten of bijdragen/bijdroegen aan de aantasting, vernietiging, schending of anderszins een nadelige invloed hebben/hadden op weerpatronen;
  2. b. Handelingen en/of nalatigheid die, in het verleden en/of heden, schade toebrengen/toebrachten, of bijdragen/bijdroegen aan de vernietiging, schending of anderszins een nadelige invloed hebben/hadden op weerpatronen in een gebied waardoor het voortbestaan van niet-menselijke soorten bemoeilijkt of onmogelijk is of is geworden;
  3. c. Handelingen en/of nalatigheid die, in het verleden en/of heden, schade toebrengen/toebrachten, of bijdragen/bijdroegen aan de vernietiging, schending of anderszins een nadelige invloed hebben/hadden op relaties van wederzijdse afhankelijkheid en wederkerigheid tussen soorten of binnen soorten, menselijk of niet-menselijk; en/of vijandige relaties tussen hen doen/hebben laten ontstaan;
  4. d. Handelingen en/of nalatigheid die, in het verleden en/of heden, mensen verdrijven/verdreven, gemeenschappen verdelen/verdeelden en culturen vernietigen/vernietigden.
  1. HOF VOOR INTERGENERATIONELE KLIMAATMISDADEN (COURT FOR INTERGENERATIONAL CLIMATE CRIMES)

4(1) Op grond van dit Statuut wordt een Hof voor Intergenerationele Klimaatmisdaden opgericht.

4(2) Het Hof heeft de bevoegdheid om aanklachten te behandelen met betrekking tot intergenerationele klimaatmisdaden gepleegd in het verleden en heden, en handelingen die gevolgen hebben voor toekomstige generaties van personen die namens henzelf en/of hun gemeenschappen en/of hun voorouders, en/of niet-menselijke soorten, en/of toekomstige generaties handelen.

4(3) Het Hof kan bewijs ontvangen, getuigen horen en onderzoeken doen die nodig kunnen zijn om werkelijk en substantieel recht te doen aan mensen en niet-menselijke soorten, in het verleden, het heden en de toekomst.

4(4) Alle hoorzittingen zijn in openbare zitting.

4(5) De personen die in hun hoedanigheid van voorouders van toekomstige generaties bij de hoorzittingen aanwezig zijn, vormen de jury.

 

  1. SANCTIES VOOR INTERGENERATIONALE KLIMAATMISDADEN

5(1) “Rechtspersonen” zoals gedefinieerd in s.2(4) die zich bezighouden met of betrokken zijn bij intergenerationele klimaatmisdaad, worden ontbonden en ontdaan van hun rechtspersoonlijkheid.

5(2) Bij ontbinding van een rechtspersoon worden de menselijke personen die handelen in naam van de rechtspersoon en medeplichtig zijn aan en/of aanzetten tot intergenerationele klimaatmisdaad op grond van s.3 van dit Statuut, automatisch ontheven van hun bevoegdheid om in naam van die rechtspersoon op te treden.

5(3) Dergelijke menselijke personen, met inbegrip van managers, leidinggevenden, functionarissen en ander personeel, die op het moment van ontbinding in dienst waren van de rechtspersoon, komen in aanmerking om zich op elke plaats aan te sluiten bij een Plaatsgebonden Gemeenschap, onder voorbehoud van acceptatie door de Gemeenschap, onder de voorwaarden en bepalingen die de Gemeenschap kan opleggen.

5(4) Het vermogen van de rechtspersoon wordt bij ontbinding maatschappelijk vermogen en wordt overgedragen aan de Plaatsgebonden Gemeenschap gelieerd aan de plaats waar het vermogen zich bevindt.

5(5) Plaatsgebonden Gemeenschappen mogen bepalen hoe zij de activa van ontbonden rechtspersonen in hun plaatsen, regio’s, gebieden of lokaliteiten willen gebruiken, hergebruiken of niet gebruiken in overeenstemming met de principes van ecologische en sociale regeneratie en herstel zoals uiteengezet in dit Statuut.

 

  1. ALGEMENE BEGINSELEN VOOR HET BESTUUR VAN PLAATSGEBONDEN GEMEENSCHAPPEN

6(1) Plaatsgebonden Gemeenschappen kunnen gezamenlijk manieren bepalen om systemen van voogdij op te zetten om regeneratieve en herstellende relaties tussen mensen, tussen mensen en niet-menselijke soorten, waaronder dieren, planten, schimmels, water, bossen en land, op te bouwen en in stand te houden, met inachtneming van de algemene principes uiteengezet in deze sectie.

6(2) Plaatsgebonden Gemeenschappen zullen te allen tijde worden geleid door principes van herstel en regeneratie van natuur en culturen, met inbegrip van soorten, wateren, bossen, landerijen en menselijke gemeenschappen, indien nodig volgens de specifieke kenmerken van hun plaatsen, regio’s, gebieden of lokaliteiten.

6(3) Plaatsgebonden Gemeenschappen zullen de verkoop van land, bossen, water en mineralen in hun plaatsen, regio’s, gebieden of lokaliteiten verbieden bij de organisatie van hun voortbestaan en de productie van goederen en waren die nodig zijn voor hun gemeenschappen.

6(4) Plaatsgebonden Gemeenschappen zullen de directe of indirecte verkoop van menselijke arbeid van leden van hun gemeenschap verbieden.

6(5) Plaatsgebonden Gemeenschappen kunnen echter hun arbeidskracht gebruiken om met hun eigen natuur en ecologie te werken, voor zover de lokale omstandigheden dit toelaten, om goederen en waren te produceren voor verkoop buiten hun plaatsen, regio’s, gebieden of lokaliteiten.

6(6) Plaatsgebonden Gemeenschappen zullen in hun wetten ecologische relaties centraal stellen om voortbestaan te ondersteunen en onderlinge afhankelijkheid van soorten te koesteren.

6(7) Alle menselijke personen zullen posities van verantwoordelijkheid, zorg en gezag delen voor Plaatsgebonden Gemeenschappen en ecologieën van elke plaats, regio, gebied of lokaliteit binnen de bestuursstructuren van dergelijke Plaatsgebonden Gemeenschappen.

6(8) Plaatsgebonden Gemeenschappen zullen systemen voor geschillenbeslechting ontwikkelen om onenigheden binnen hun gemeenschap op te lossen.

6(9) Plaatsgebonden Gemeenschappen zullen systemen opzetten om hun natuur, ecologie, gemeenschappen en culturen te beschermen tegen vijandige aanvallen door rechtspersonen.

 

  1. OVERGANGSBEPALING

7(1) Plaatsgebonden Gemeenschappen kunnen voor de korte en lange termijn overgangsbepalingen invoeren om de natuur, ecologie, gemeenschappen en culturen die door rechtspersonen zijn vernietigd, te herstellen en te regenereren. Dergelijke overgangsbepalingen kunnen het volgende omvatten:

  1. a. Noodplannen voor herstel en voortbestaan van menselijke en niet-menselijke soorten, wateren, bossen en land;
  2. b. Bepalingen voor de verdediging van plaatsen indien en alleen indien aangevallen of geschaad door personen die blijven handelen in naam van de ontbonden rechtspersonen;
  3. c. Afspraken over voogdijschap, inclusief aanpassingen en wijzigingen aan bestaande instellingen en entiteiten, waar dit tijdelijk nodig kan zijn.

7(2) Marktgerichte Gemeenschappen kunnen overgangsregelingen treffen voor de overgang van Marktgerichte Gemeenschappen naar Plaatsgebonden Gemeenschappen die zijn aangesloten bij specifieke plaatsen.

  1. a. Dergelijke overgangsregelingen kunnen voor een beperkte tijd de erkenning van marktassociaties en -organisaties inhouden;
  2. b. Dergelijke overgangsregelingen omvatten geen erkenning van rechtspersoonlijkheid of persoonlijkheid van rechtspersonen.

 

  1. VASTSTELLING VAN INTERCOMMUNAUTAIRE SOLIDARITEIT EN SAMENWERKING

8(1) Plaatsgebonden Gemeenschappen zullen intracommunautaire en interregionale organen creëren voor het opzetten van systemen van solidariteit, support en samenwerking, en de bevordering van goede relaties tussen hun natuur, ecologie, gemeenschappen en culturen, inclusief hun niet-menselijke soorten, landen, wateren, bossen en mensen in hun regio’s, gebieden en plaatsen.

8(2) De organen die zijn opgericht voor solidariteit en samenwerking tussen gemeenschappen zullen kennis, expertise en ervaringen delen met betrekking tot herstel en regeneratie van hun natuur, ecologie, gemeenschappen en culturen op basis van wederkerigheid en welzijn van alle soorten in hun regio’s of gebieden.

 

  1. 9. HERROEPING EN WIJZIGINGEN

9(1) Dit Statuut voorziet niet in de herroeping van de algemene beginselen van Plaatsgebonden Gemeenschappen.

9(2) Plaatsgebonden Gemeenschappen kunnen echter maatregelen nemen of wijzigingen invoeren die nodig kunnen zijn om uitvoering te geven aan de algemene beginselen vermeld in s.6, zoals de specifieke omstandigheden in hun plaatsen, regio’s, gebieden of lokaliteiten vereisen.


[1] The Intergenerational Climate Crimes Act is gepubliceerd door Radha D’Souza en Jonas Staal onder Creative Commens BY-NC-ND 4.0

Translation: Irene de Craen

 



CICC /

Exposities


Court for Intergenerational Climate Crimes - Jonas Staal

Expositie: Court for Intergenerational Climate Crimes

Een project van Radha D'Souza en Jonas Staal

Agenda


Climate Narratives: The Intergenerational Climate Crimes Act

Voordracht van de vonnissen betreft de zaken die in de CICC zijn gevoerd
Publiekshoorzittingen: Court for Intergenerational Climate Crimes
Kameraden verleden, heden en toekomst vs. de Nederlandse staat, Unilever, ING en Airbus
Opening: Court for Intergenerational Climate Crimes
door Radha D’Souza and Jonas Staal

Netwerk


Radha D'Souza

Radha D'Souza

Schrijver, onderzoeker, advocaat en activist

Jonas Staal

Kunstenaar

Magazine