Over de rol van kunst in een globaliserende samenleving

Framer Framed

Brook Andrew, Theme Park (2008), AAMU - Museum voor hedendaagse Aboriginal kunst Utrecht

Verslag: De blik van de kunstenaar

Verslag van het debat rond de tentoonstelling Theme Park (2009) van de Australische kunstenaar Brook Andrew in het AAMU – Museum voor hedendaagse Aboriginal kunst (Utrecht) met George Petitjean, Melle Jaarsma, Nancy Hoffman en Paul Faber.

Brook Andrew heeft aboriginal voorouders, maar noemt zich geen aboriginal kunstenaar. Daarmee is direct de toon gezet voor de goed bezochte discussie op 17 maart 2009 in het AAMU – Museum voor hedendaagse Aboriginal kunst, naar aanleiding van zijn tentoonstelling Theme Park. In het eerste debat in de reeks Framer Framed, over de westerse blik op niet-westerse kunst, staat ‘het perspectief van de kunstenaar’ centraal. Tijdens de voorbereiding van de tentoonstelling liet Andrew weten niet echt blij te zijn met de locatie van het AAMU waar zijn werk nu hangt. Liever zag hij zichzelf in een ‘neutraal’ kunstmuseum, net als andere kunstenaars. Doordat zijn werk nu te zien is in het AAMU, heeft hij het gevoel dat zijn identiteit als aboriginal teveel wordt bevestigd. Andrew recycled tekeningen, maakt collages van verschillende objecten, die tezamen een ‘huiskamerachtige’ ambiance oproepen. Hij probeert een verhaal te vertellen: anekdotisch en gelaagd. Belangrijke thema’s in zijn werk zijn het ‘anders zijn’ en het conflict tussen volkenkunde, versteende cultuur en moderne kunst. De functie van het museum speelt in deze tentoonstelling van Andrew een belangrijke rol. Omdat Andrew de vrije hand kreeg van conservator Georges Petitjean confronteerde hij het AAMU met haar eigen identiteit. Hij draaide de rollen om en maakte met de tentoonstelling Theme Park een ‘pretpark’ van het museum.

Het openingswoord van de avond is van Chris Keulemans. Hij vindt het belangrijk dat ‘musea en andere culturele instellingen zich openen voor kunst van elders’. Vervolgens stelt waarnemend directeur van het AAMU, Hans Sondaal, de vraag of er nog een ‘scheidslijn’ bestaat tussen westerse en niet-westerse kunst. Andrew is een kunstenaar met een gedeeltelijk niet-westerse achtergrond, die niet als zodanig wenst te worden beschouwd, maar hangt nu toch in een museum voor hedendaagse, niet-westerse kunst. Dat lijkt bij uitstek een thema voor een discussie over de identiteit van de kunstenaar en de rol die musea daarin spelen.

Woede
“Traditionele aboriginal kunst wordt niet als westerse kunst gezien”, stelt Petitjean. Toch zijn er kunstenaars met aboriginal roots, die een plek hebben weten te veroveren binnen de westerse kunstwereld. Het belangrijkste voorbeeld daarvan is volgens Petitjean Tracy Moffatt. Petitjean stelt vervolgens een aantal vragen: “Wat is aboriginal kunst?” “Is er eigenlijk behoefte aan een aboriginal kunstmuseum naast de etnografische musea die soms hedendaagse kunst tonen?”
Beeldend kunstenaar Koen Wastijn denkt dat het antwoord op de eerste vraag ligt in het verschil tussen traditionele aboriginal kunst en het werk van Brook Andrew, die bezig is met een zoektocht naar identiteit. “Toch is er in het collectief geheugen voor kunst tegenwoordig ook een plek voor traditionele vormen van aboriginal kunst”, meent Wastijn. Beeldend kunstenaar Melle Jaarsma woont en werkt in Indonesië en vergelijkt de traditionele aboriginalkunst met batik, dat tevens gerelateerd is aan traditie. Keulemans vermoedt dat de discussie over westerse en niet-westerse kunst het sterkst speelt rondom aboriginal kunst.
Hij vraagt zich af of de tentoonstelling van Andrew gedreven is door woede. Petitjean: “Andrew ervaart clichés als aanvallen op zijn identiteit, daar komt ook de woede vandaan.”
Identiteit is belangrijk voor Andrew, maar ‘we mogen niet vergeten dat hij ook Ierse voorouders heeft, en bovendien ook een ‘gewone Australiër is’, merkt Wastijn op. Voor Keulemans is alles te herleiden tot het issue van aboriginal identiteit. “We moeten niet vergeten dat Aboriginals een Derde Wereld maatschappij zijn binnen een Eerste Wereld land. ‘We belong tot the country’, is er de basis van de wet, cultuur en religie. Andrew zoekt de frictie op om blijvende stereotypering te voorkomen. De reden van uitnodiging is dus juist zijn ‘aboriginality’”. Petitjean: “De basis van dit museum is hedendaagse kunst, met een hedendaagse relevantie, waarbij kwaliteitsbewaking van groot belang is.”

Tabula Rasa
Andrew heeft voor deze tentoonstelling het AAMU overgenomen. Dat is volgens Paul Faber, conservator bij het Tropenmuseum in Amsterdam, geen nieuw idee. Hij merkt op: “Het is meer dan het museum binnenstebuiten keren. Het gaat erom moderne kunst een plek te geven in tegenstelling tot de bekende white cube. Faber zag hoe het Tropenmuseum zich ontwikkelde van een koloniaal museum, via een tropenmuseum naar een Derde Wereld museum, tot het uiteindelijk een ‘wereldcultuurhuis’ werd. “Er wordt artistieke vrijheid geboden. Dat roept een bepaalde resonantie in het museum op, waardoor het getoonde werk vervolgens onder spanning komt te staan. Elk museum heeft haar eigen visie en haar eigen richting. Als een kunstwerk altijd in een zelfde context zou worden getoond, is een museum een tabula rasa en dat is niet wenselijk.” Andrew heeft met zijn overname van het AAMU de rol van het museum tot onderwerp van dit debat gemaakt.

Authenticiteit
Men vraagt zich vervolgens af ‘waar het goed exposeren, werken en ontwikkelen’ is. Een paar plekken die worden genoemd zijn het museum in Tirana in Albanië (Wastijn), de Biënnale van Havana in Cuba in 1994 (Ang) en ‘Open City’ in Saigon uit 2006 (Jaarsma).
Faber vertelt dat hij veel onwil ontmoet bij Nederlandse musea, en dat de Gate Foundation heeft geprobeerd de kloof tussen westerse en niet-westerse kunst te dichten. Ang denkt dat Nederland een eigenwijs land is met een tolerante reputatie. “Van die tolerantie is in musea niet veel te merken. Er is een organisatorische angst om de nek uit te steken. We hebben ook moeite met politieke kunst; daar houden we hier niet zo van.” Nancy Hoffman meent dat vooral ‘authenticiteit’ wordt gewaardeerd. De vraag is dan vervolgens wat dit precies betekent. Petitjean denkt dat het ‘ingebeelde authenticiteit’ is, omdat ‘zuivere kunst’ onmogelijk is. Kunst wordt altijd vanuit een bepaalde context gemaakt. Men vraagt zich af hoe de situatie in België is. Wastijn vindt dat er daar een meer ontspannen beeld bestaat. “Er is minder stress om over niet-westerse kunst te spreken. Jan Hoet (ex-directeur SMAK, Gent) zei eens: ‘Aboriginal kunst is kunst voor kinderkamers’.” Daarmee gaf hij goed de superieure houding van het westen weer.

Chris Keulemans sluit de avond af. Hij hoopt dat de canon van de westerse kunstgeschiedenis op het punt staat grondig herzien te worden.

Verslag Manon Jacobs
 


Hedendaagse Aboriginal kunst /

Agenda


De blik van de kunstenaar
Debat rond de tentoonstelling 'Theme Park'. Hoe heeft de koloniale beeldvorming van Aboriginals de collectie vorming en presentatiebeleid van het museum beïnvloed?

Netwerk


Brook Andrew

kunstenaar

Nancy Hoffmann

Curator, kunstcriticus

Paul Faber

Conservator, auteur

Georges Petitjean

Kunsthistoricus, curator, auteur

Mella Jaarsma

Curator, kunstenaar