Over de rol van kunst in een globaliserende samenleving

Framer Framed

Symposium: Onbegrensd verzamelen (22 oktober 2009)

Verslag: Onbegrensd Verzamelen (5/5)

Verslag van het symposium Onbegrensd Verzamelen – zaaldiscussie onder leiding van moderator Ruben Maes – gehouden in het  Afrika Museum (Berg en Dal), 22 oktober 2009.

Aan het einde van een dag vol workshops over het verzamelen en presenteren van niet-westerse kunst, de Westerse blik en het onderscheid tussen verschillende museumtypen, werd het tijd om de balans op te maken. Tijdens de plenaire discussie wilde moderator Ruben Maes vooral niet te lang terugkijken; belangrijker was de vraag wat er gebeurt met de kennis die men opdeed, want de mening dat er nog wel het een en ander te verbeteren valt in de Nederlandse museumwereld werd breed gedragen. Maar hieraan voorafgaand liet hij het programma nog even kort de revue passeren.

Publiek

Maes opende de plenaire discussie met de prikkelende stelling dat de cultuurhistorische en volkenkundige musea aardig omgaan met niet-westerse kunst, maar dat voornamelijk de kunstmusea te weinig inspelen op hedendaagse ontwikkelingen in de mondiale kunstsector. Volgens de deelnemers ligt het echter niet zo simpel. Het onderscheid tussen de drie musea typen verdwijnt zo langzamerhand, zeker in de ogen van het museumpubliek. De consequenties worden echter nog te weinig in beleid omgezet. Zo wordt er opgemerkt dat Nederlandse kunstredacties ouderwets denken. Het soort museum is nog altijd bepalend voor het al dan niet bezoeken en beschrijven van een tentoonstelling in de Nederlandse media.
In de praktijk worstelen veel museumprofessionals met het meekrijgen van het publiek bij het inslaan van nieuwe wegen. Daarover werd gesproken tijdens de workshop presentatie. Het publiek heeft een bepaalde verwachting van een museum en die loopt niet altijd synchroon met hoe het museum zich wil presenteren. Het kan voor een museum nuttig zijn om zichzelf van een afstand te bekijken. Tenslotte ging de expertmeeting over het kijken met andere ogen.

Transitieproces

Maes vroeg de aanwezigen of het een goed moment is om pas op de plaats te maken en te kijken wáár de musea zich nu precies in het transitieproces bevinden; welke kant gaat het op? De zaal stemde in met het voorgestelde moment van zelfreflectie. Later in de discussie vroeg men zich wel af of dat ‘pas op de plaats maken’ niet beter in bewegende toestand kan gebeuren. De ontwikkelingen in de museale sector gaan er snel en niemand wil achterblijven.
Bij de werkgroep theoretisch discours ging het voornamelijk over het onderscheid tussen de verschillende types musea. Volgens de voorzitter Wilfried van Damme sloeg de term ‘postkoloniaal discours’, voor hem een logisch uitgangspunt als je het over theorie hebt, niet erg aan. Daarmee kwam de discussie op een belangrijk punt: tijdens de opleiding kunstgeschiedenis wordt er nauwelijks aandacht besteed aan wetenschapskritiek, een kritische analyse van het eigen discours en de niet-westerse kunstgeschiedenis. Samenwerking met andere vakgebieden kan helpen hierin verandering te brengen. Aanzetten hiertoe worden genomen, maar voor alle betrokkenen staat vast dat deze blinde vlek in het onderwijs nodig verder moet worden ingevuld.

Kenniscentrum

Welke kennis ontbreekt? Binnen de werkgroep beoordelingscriteria werd verschillend gedacht over de vraag hoeveel je moet weten van niet-westerse kunst om het te kunnen beoordelen. Het leek iedereen in ieder geval een goed idee als er kenniscentra worden opgericht. Er moet kennis worden opgedaan. Anderen meenden dat de kennis al lang bestaat, maar dat de kunstsector te veel op zichzelf is gericht. Mensen moeten elkaar vooral beter weten te vinden. Daarbij kan een kenniscentrum een rol spelen. Ook bij de workshop collectiebeleid misten de deelnemers voldoende onderlinge afstemming, vooral nu alle verschillende typen musea langzamerhand niet-westerse kunst gaan verzamelen. Dat roept de vraag op hoe de niet-westerse kunstenaar wordt geprofileerd: als kunstenaar of als representant van een etnische groep of regio?

Conclusie

Verschuivingen in de internationale kunstsector zijn een gegeven, signaleert Maes, de uitkomsten van de verschillende workshops samenvattend. Hoe daarop door musea moet worden geanticipeerd, blijft onderwerp van een voortdurende discussie. De behoefte aan specifieke kennis wordt door vele deelnemers geuit: er moet worden ingezet op onderwijs en kenniscentra. Maes sloot de plenaire discussie af met de conclusie dat musea voor een uitdaging staan. De uitdaging ligt er, wie pakt hem op?

Verslaglegging door Marjolein van Trigt


Collectiebeleid / Museologie /

Agenda


Symposium: Onbegrensd verzamelen
Volkenkundige, cultuurhistorische en kunstmusea in gesprek over het verzamelen en presenteren van transculturele kunst.

Magazine