Over de rol van kunst in een globaliserende samenleving

Framer Framed

Noodplan Beeldende Kunst en Creatieve Industrie

De hedendaagse beeldende kunst- en creatieve industrie sector (BKCI) in Amsterdam staat stevig onder druk. Terwijl we zien dat de BKCI instellingen onmisbaar zijn en internationaal hoog aangeschreven staan, blijken de omstandigheden hiervoor steeds moeilijker te worden.

De hedendaagse beeldende kunst- en creatieve industrie (BKCI) in Amsterdam staat onder grote druk. Hoewel BKCI-instellingen internationaal hoog aangeschreven staan en onmisbaar zijn voor de stad, worden de omstandigheden steeds moeilijker. Uit recent onderzoek in opdracht van de Gemeente Amsterdam en MOKER blijken er achter de schermen grote financiële problemen en onzekerheden te spelen. De conclusie van het onlangs gepubliceerde rapport naar de functie en impact van de sector BKCI Drukpunt bereikt (2026) is alarmerend.

MOKER is een netwerk van presentatie- en ontwikkelinstellingen in Amsterdam binnen de beeldende kunst en de creatieve industrie (waaronder digitale cultuur, vormgeving en architectuur). Het zijn organisaties die onderzoeken, ontwikkelen en presenteren, en daarbij actief zijn op het gebied van educatie, talentontwikkeling en archivering.

MOKER roept in het Noodplan Beeldende Kunst en Creatieve Industrie op tot structurele extra investeringen van jaarlijks € 4,4 miljoen en beleidsaanpassingen door de Gemeente Amsterdam, de Amsterdamse Kunstraad en het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Deze noodzakelijke toevoeging aan het budget zal de sector verstevigen, een positie geven in het kunstbestel van de stad en perspectief bieden op ontwikkeling en groei. Lees het Noodplan hieronder of;

Download hier het onderzoek Drukpunt bereikt (2026).
Download hier het MOKER noodplan.

Het Noodplan wordt ondersteund door het Stedelijk Museum Amsterdam en het Amsterdam Museum. Lees hier hun steunbetuiging.


Noodplan: Drie stappen om de hedendaagse beeldende kunst en creatieve industrie in Amsterdam te redden

De hedendaagse beeldende kunst- en creatieve industrie sector (BKCI) in Amsterdam staat stevig onder druk. Terwijl we zien dat de instellingen voor beeldende kunst en creatieve industrie inhoudelijk onmisbaar zijn en internationaal hoog aangeschreven staan, blijken de omstandigheden hiervoor steeds moeilijker te worden.

De totale omvang van de sector BKCI in Amsterdam is, vergeleken bij de andere steden in Nederland, groot. In Amsterdam wonen de meeste kunstenaars in het land, circa 20%. De meeste kunstopleidingen en galeries (34%) zijn gevestigd in de hoofdstad en ook blijkt uit cijfers dat de actieve cultuurparticipatie in de beeldende kunst landelijk op bijna 30% ligt: een breed publiek beoefent graag beeldende kunst. De 40 tot 50 presentatie- en ontwikkelinstellingen zijn door de hele stad verspreid gevestigd, voeren ook vaak activiteiten uit in andere stadsdelen en vormen zo gezamenlijk een fijnmazig en geworteld netwerk.

Toch maakt de sector een relatief klein deel uit van de stedelijke subsidies. De totale omvang van de sector BKCI krimpt steeds verder in omvang, terwijl kansen en mogelijkheden voor de toekomst juist ook in de visuele kunsten, digitale media en makersindustrie liggen. De Amsterdamse infrastructuur van kunstenaarsinitiatieven, werkplaatsen, organisaties voor nieuwe media, academies, postacademische instellingen, musea en internationale prijzen waren jarenlang een grote inspiratie voor de internationale kunstwereld. Om dit ecosysteem te behouden en de sector te redden, is een noodplan meer dan nodig. De sector heeft al lange tijd niet de mogelijkheid te denken aan ontwikkeling en groei omdat daar geen mogelijkheden voor zijn. Achter de schermen spelen grote financiële problemen en onzekerheden, blijkt uit recent onderzoek in opdracht van de Gemeente Amsterdam en MOKER. Op basis van de Culturele Investeringsrekening 2026 pleit MOKER daarom voor een aanvullend structureel budget van € 4,4 miljoen specifiek voor de sector ‘Beeldende Kunst en Creatieve Industrie’ (BKCI) in Amsterdam (1), evenals drie eisen voor beleidsaanpassingen.

De waarde van MOKER
MOKER verenigt 40 presentatie- en ontwikkelinstellingen in Amsterdam en komt op voor de belangen en duurzame verankering van dit type hedendaagse beeldende kunst-en creatieve instellingen in de stad. Onze instellingen hebben een grote artistieke en maatschappelijke betekenis voor een divers publiek, ze worden ook wel de “humuslaag van de beeldende kunst en visuele cultuur” genoemd vanwege hun cruciale, voedende en vruchtbare rol in het ecosysteem. Van presentatie, ontwikkeling van nieuw werk en onderzoek, tot productie, (internationale) uitwisseling en interactie met publiek. MOKER instellingen zijn een essentiële schakel tussen kunstopleidingen, musea en galeries en dragen bij aan de positionering van de stad Amsterdam als stad van vrijheid, experiment en vernieuwing in kunst en cultuur.

Slinkende budgetten ondanks positieve beoordelingen
De categorie BKCI is de enige sector waarbij het aantal instellingen dat gehonoreerd kon worden in de huidige subsidieperiode is gedaald ten opzichte van de vorige periode. Deze categorie kent het hoogste aantal organisaties van Amsterdam die onder de ‘zaaglijn’ vielen: maar liefst 29% van de aanvragers kreeg een positieve beoordeling, maar desondanks geen geld vanwege ontoereikend budget. De conclusie van het onlangs gepubliceerde rapport naar de functie en impact van de sector BKCI Drukpunt bereikt (2026) (2) is alarmerend. Voor de categorie BKCI is slechts 11% (€ 5,8 miljoen) beschikbaar in Amsterdam, verdeeld door het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK).

Samengevat
“Wanneer er geen verandering komt in de ondersteuning van de presentatie- en ontwikkelinstellingen en de neerwaartse lijn doorzet, dan verdwijnen er meer presentatie- en ontwikkelinstellingen en daarmee ook hun activiteiten, hun artistieke en maatschappelijke betekenis en hun accommodaties in de verschillende stadsdelen. De omvang van de sector beeldende kunst en creatieve industrie zal bij het verder verzwakken en verdwijnen van de presentatie- en ontwikkelinstellingen afnemen. De keten beeldende kunst zal meer gaten gaan vertonen, wat een negatief effect zal hebben op de andere schakels (de kunstenaars en beoefenaars, publiek, de opleidingen, de musea, galeries etc.) en zodoende ook negatief uitwerkt op de positionering van de stad Amsterdam als stad van vrijheid, experiment, vernieuwing en de kunst & cultuur.”

MOKER roept daarom op tot structurele extra investeringen van jaarlijks € 4,4 miljoen en beleidsaanpassingen door de Gemeente Amsterdam, de Amsterdamse Kunstraad en het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Deze noodzakelijke toevoeging aan het budget zal de sector verstevigen, een positie geven in het kunstbestel van de stad en perspectief bieden op ontwikkeling en groei. Het is de financiële vertaling van drie eisen die we hieronder toelichten. Het jaarlijks beschikbare bedrag voor de BKCI instellingen komt hiermee tenminste op €10,2 miljoen.

Een Noodplan voor de Beeldende Kunst en Creatieve Industrie: drie eisen
Het recente onderzoek in opdracht van de Gemeente Amsterdam en MOKER geeft reden om tot een Noodplan Beeldende Kunst en Creatieve Industrie te komen. De Kunstraad luidde afgelopen jaren al vaker de noodklok: het budget voor kunst- en cultuur neemt al jarenlang niet toe, ondanks inflatie, fair practice en hogere huisvestingskosten. Er moet jaarlijks €47 miljoen bij om dit te repareren, is de conclusie van de meest recente Culturele Investeringsrekening (3). MOKER pleit voor € 10,2 miljoen (huidig bedrag + injectie) specifiek voor de beeldende kunst- en creatieve industrie instellingen.

Onze drie eisen

Eis 1: Opsplitsing van de sector in disciplines
Wij pleiten voor een reparatie van de sector Beeldende Kunst en Creatieve Industrie door een diversifiëring van de sector in verschillende disciplines. Je zou de sector BKCI kunnen zien als de evenknie van de Podiumkunsten.

Zoals uit ons onderzoek blijkt valt de sector BKCI uiteen in verschillende disciplines: denk hierbij aan Beeldende Kunst, (Grafische) Werkplaatsen, Creatieve Industrie, etc. Dit is vergelijkbaar met een opsplitsing in Muziektheater, Dans en Theater bij de podiumkunsten. Wij eisen daarom dat de gemeente de sector opsplitst in specifieke disciplines, elk met een eigen subsidieregeling. Alleen zo kunnen deze vakgebieden zich echt ontwikkelen en ontstaan er doorgroeimogelijkheden voor instellingen die nu in de huidige, te brede regeling vastlopen.

Eis 2: Gescheiden financiering voor productie en presentatie
Wij pleiten dat zowel voor de productie als de presentatie van BKCI afzonderlijk geld aangevraagd kan worden. Nu moet binnen het beperkte budget van onze instellingen zowel presenterende als producerende functies worden gefinancierd, wat de beschikbare middelen verder onder druk zet.

Wij pleiten voor een systeem dat vergelijkbaar is met dat van de podia: waar theaters en gezelschappen apart gefinancierd worden, beide ook meerjarig. Vertaald naar de sector BKCI zou er dan bovenop institutionele ondersteuning geld kunnen worden aangevraagd door kunstenaarscollectieven die meerjarig onderzoek en presentaties willen ontwikkelen, of door curatoren(collectieven) die een structureel programma willen opbouwen – met de vrijheid om zelf te bepalen aan welke instellingen zij dit aanbieden voor presentatie. Dit zou meer regie geven aan kunstenaars en curatoren, alsmede de BKCI podia in de stad (financieel) verstevigen en erkennen welke diverse functies wij uitvoeren.

Eis 3: Toegang tot de regeling ‘Podia’ van het Kunstenplan en tot directe gemeentelijke verantwoordelijkheid
Wij pleiten voor toegang van de sector BKCI tot de regeling Podia van het Kunstenplan en de directe gemeentelijke verantwoordelijkheid (nu zeven instellingen, waarvan geen uit de sector BKCI). We pleiten daarom voor een uitbreiding van de gemeentelijke regeling (voorheen ABIS), met ruimte geoormerkt voor BKCI waarmee de stad zich zichtbaar achter de sector schaart.

We constateren dat er binnen de sector te weinig kans is op groei en ontwikkeling: de sector zit in feite op slot. Er wordt regelmatig extra geïnvesteerd in nieuw te realiseren vastgoed voor theaters, maar de Beeldende Kunst en Creatieve Industrie vallen buiten deze stedelijke ambities. Dit baart ons zorgen: het gaat voorbij aan de maatschappelijke aandacht die er is voor nieuwe media en visuele cultuur – juist ook bij jonge doelgroepen en binnen educatie. We zien ruime mogelijkheden voor de sector om zich tot de samenleving te verhouden en samenwerkingen aan te gaan, die in de huidige context niet ten volle kunnen worden verkend. Wij pleiten voor Podia in de stad die zich ook organiseren rondom BK en CI. Geen van onze instellingen valt direct onder de gemeente (voormalig ABIS). Binnen de AFK meerjarenregeling vragen veel instellingen onder de € 200.000 aan, een zevental tussen de € 200.000–€600.000 en slechts één boven de € 600.000 (4). Groei stagneert binnen deze regeling en wat ons betreft zou het AFK meer mogelijkheden moeten bieden voor ambitie en groei om een levendig ecosysteem te faciliteren van verschillende grootte instellingen.

Van woorden naar daden
De drie eisen die we hier presenteren zijn geen lange termijn wensen, maar een dringend noodplan waar we morgen mee moeten starten om de sector Beeldende Kunst en Creatieve Industrie in Amsterdam te redden. Het is tijd dat de gemeente, de Amsterdamse Kunstraad en het Amsterdams Fonds voor de Kunst hun handen uit de mouwen steken en hun beleid fundamenteel aanpassen. Wij roepen de gemeenteraad en de formerende partijen dan ook op om deze eisen direct om te zetten in beleid.

Namens het bestuur van MOKER (Annet Zondervan, Josien Pieterse, Annette Wolfsberger, Sofia Patat & Lucas van der Velden),

en leden van MOKER:
African Arts and Theory, AGA LAB, BAU, Beautiful Distress, CBK Zuidoost, De Appel, De Ateliers, FIBER, Framer Framed, If I Can’t Dance I Don’t Want To Be Part of Your Revolution, Imagine IC, ISO, Kunstfort Vijfhuizen, LIMA, Loods 6, Looiersgracht 60, Manifold Books, M4gastatelier, Mediamatic, Melkweg Expo, Moving Arts Project, NDSM-werf, No Limits! Art Castle, oude kerk, P////AKT, Playbill, Project Space On The Inside, Rijksakademie van beeldende kunsten, ROZENSTRAAT – a rose is a rose is a rose, san serriffe, Sonic Acts, Soundtrackcity, Thami Mnyele Foundation, The Beach, Treehouse NDSM, Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond, W139, Waag Futurelab, WOW Amsterdam, Zone2Source.

Voetnoten

1. Dit bedrag is tot stand gekomen op basis van een berekening uitgaande van 6 instellingen met brede taak, 5 middelgrote instellingen, 10 kleine instellingen en 15 initiatieven; plus het toevoegen van alle positief beoordeelde in-stellingen die onder de zaaglijn zijn gevallen in de huidige subsidieperiode. Er is hierbij nog geen rekening gehouden met de benodigde fair pay inhaalslag. De precieze berekening is op te vragen bij MOKER.

2. Zie: https://moker.amsterdam/noodplan

3. “De cultuursector is in Amsterdam niet evenredig meegegroeid met de stad. Niet structureel en duurzaam investeren betekent kwijtraken wat we hebben, kwijtraken wat Amsterdam Amsterdam maakt. De cultuursector moet voorbij de overlevingsstand. De kunstraad roept op te investeren in een duurzame en toegankelijke cultuursector: investeringen in voorzieningen, het kunstenplan en vastgoed. Het gaat om het rechttrekken van een achterstand, in stand houden wat we hebben opgebouwd, voortzetten van ingezet beleid en bouwen aan een passende infrastructuur voor de toekomst.”
Zie: https://www.kunstraad.nl/advies/culturele-investeringsrekening-2026/

4. Ter vergelijking: in de Podiumregeling van het AFK zijn 12 instellingen opgenomen die meer dan € 600.000 ontvangen en 8 instellingen meer dan €1 miljoen. Er is geen enkele instelling binnen de BK en CI die meer dan €1 miljoen ontvangt.


 



Kunst- en cultuurbeleid /