Over de rol van kunst in een globaliserende samenleving

Framer Framed

Tropenmuseum, Colonial Theatre. Fotografie: Irene de Groot

Ouwe meuk?! Nieuwe koersen in de museale sector kritisch bekeken

Tijdens dit debat staan drie thema’s centraal: het belang van de fysieke collectie, de rol van het museum als wetenschappelijk instituut en de nadruk op vermaak in nieuwe museale presentaties. Het museum wordt als instituut al sinds de oprichting ervan betwist. Elk decennium laait opnieuw de discussie over de rol en positie van het museum op. Deze discussies komen voort uit ontwikkelingen in de samenleving, bijvoorbeeld het multiculturalisme en de globalisering. De motor van de huidige discussies zijn de bezuinigingen, die ook de museale sector treffen. Tijdens deze avond zullen mensen uit het veld hun visie delen. We nodigen iedereen van harte uit om over onderstaande stellingen mee te discussiëren!

Programma
• To disrupt or to be disrupted, that is the question Inleiding verzorgd door Arnoud Odding.
• De digitale presentatie van een erfgoedinstelling is belangrijker dan de fysieke collectie.
 Arjen Kok (RCE) versus Jasper Visser (NHM)
• Het museum hoort een culturele onderneming te zijn, geen wetenschappelijk instituut.
 Giep Hagoort versus Steph Scholten (Bijzondere Collecties UvA).
• Musea zijn qua aanbod overgepopulariseerd
Willem Bijleveld (Scheepvaartmuseum) versus Marlies van der Riet (historica en tentoonstellingsmaker).

Het debat wordt geleid door Charlotte van Rappard-Boon

Stelling 1: De digitale presentatie van een erfgoedinstelling is belangrijker dan de fysieke collect
Arjen Kok (RCE) versus Jasper Visser (NHM)

Voor musea heeft de mogelijkheid tot het digitaliseren van collecties ervoor gezorgd dat er online catalogi en uitgebreide websites zijn ontwikkeld. De reikwijdte van het medium internet is bijzonder groot, en verwante museale collecties kunnen op eenzelfde webpagina geraadpleegd worden. De nadruk op het grote verhaal in exposities, en het almaar toenemen van digitale versies van musea en andere erfgoedinstellingen, doet de vraag rijzen of de fysieke collectie nog wel dezelfde waarde heeft. Er zijn bovendien talloze voorbeelden van online musea die geen fysieke tegenhanger hebben in een voor bezoekers toegankelijk gebouw.
Kan en zal ‘de bezoeker’ genoegen nemen met het bekijken en ‘beleven’ van musea in hun online variant? Hoeft de bezoeker de fysieke objecten niet meer te zien? Zijn de mogelijkheden op het web uitgebreider dan deze van het museum en heeft het traditionele museuminstituut daardoor afgedaan? Met andere woorden, is het digitale museum het museum van de toekomst?

Stelling 2: Het museum hoort een culturele onderneming te zijn, geen wetenschappelijk instituut
Giep Hagoort (HKU) versus Steph Scholten (Bijzondere Collectes UvA)

Geld en het publiek zijn twee kernwoorden voor musea sinds de bezuinigingen van Kabinet Rutte worden doorgevoerd. Musea moeten van het kabinet zelf meer inkomsten verwerven; zo’n 17,5 procent per jaar. Indien dit niet lukt, krijgen ze enkel subsidie voor het behoud en beheer van hun collectie en niet meer voor de publieksfuncties. Onlangs maakte de Nederlandse Museumvereniging bekend dat minstens 17 musea vrezen voor sluiting in de komende jaren. Heroverweging van de taken van het museum zijn noodzakelijk. Moet het museum anno 2012 nog wetenschappelijke ambities hebben? Is het museum nog wel in de positie om als autoritair instituut kennis en waarheden over te dragen, of moet het museum in dialoog met het publiek kennis produceren?

Stelling 3: Musea zijn qua aanbod overgepopulariseerd.
Willem Bijleveld (Scheepvaartmuseum) versus Marlies van der Riet (historica en tentoonstellingsmaker).

Een aantal Nederlandse musea heeft qua inrichting de afgelopen jaren een ingrijpende gedaanteverwisseling ondergaan. Zo kwamen het Scheepvaartmuseum, het Amsterdam Museum en het Tropenmuseum dankzij een ingrijpende herinrichting in het nieuws. Beleving, emotie, interactiviteit en spektakel lijken leidende begrippen te zijn bij het ontwikkelen van deze nieuwe museale presentaties. Vermaak is een essentieel onderdeel geworden, maar is dit wenselijk? Brengen musea exposities voort waarin voor ieder wat wils is, maar voor niemand iets bijzonder, met als gevolg dat bezoekers het na een keer ‘wel gezien hebben’? Of verleidt het museum juist een divers en breed publiek waarmee het zijn maatschappelijke positie versterkt?

Locatie:
Spui 25-27
1012 WX Amsterdam

Datum:
Maandag 20 februari 2012, 20:00 – 22:00 uur

 



Collectiebeleid / Museologie /