Achtergrond
Steeds meer Nederlandse musea programmeren en collectioneren moderne en hedendaagse niet-westerse kunst. Dit wordt gevoed door onder meer de globalisering binnen de kunstwereld, de museale zoektocht naar maatschappelijke relevantie en een toenemende druk vanuit de overheid en subsidiërende instellingen.
Het centrum van de kunstwereld bevindt zich niet langer in Parijs of New York; er is sprake van een mozaïek van wereldwijde centra. Dit heeft gevolgen voor de selectie, de presentatie en het verzamelen van hedendaagse kunst.
Doordat verschillende museumtypen zich in toenemende mate bezig houden met moderne en hedendaagse niet-westerse kunst, gaan de functies en posities van de volkenkundige, cultuurhistorische en kunstmusea steeds meer overlappen. Vooralsnog werken deze musea onafhankelijk van elkaar. In deze veranderende omstandigheden is museale zelfreflectie nodig.
Hoe gaat men in de Nederlandse museumwereld om met deze nieuwe ontwikkelingen? Welke plaats kunnen de nieuwe (postkoloniale) kunstvormen krijgen in het toekomstige museumbeleid?
Doelstelling
Met een uitgebreid programma wordt beoogd een discussie op gang te brengen tussen kunstmusea, volkenkundige musea en cultuurhistorische musea op het gebied van presenteren en verzamelen van niet-westerse kunst. Kennis, ervaringen en inzichten worden uitgewisseld. Het streven is eveneens om de mogelijkheden tot samenwerking te verkennen.
Inleiding
Tijdens de inleiding hield Simon Njami een keynote speech, en gaf Wouter Welling een presentatie.
Beide zijn te downloaden als .mp3-bestand.
Partners
De organisatie vindt plaats door het Centraal Museum in samenwerking met het Afrika Museum, De Paviljoens, ICN (Instituut Collectie Nederland), Stedelijk Museum (Amsterdam), Stedelijk Museum De Lakenhal, Tropenmuseum en Van Abbemuseum.
In samenwerking met Framer Framed verschijnt eind 2010 een gezamenlijke publicatie.
Onbegrensd verzamelen wordt ondersteund door de Mondriaan Stichting en het Fonds BKVB.

