Een gesprek met Miriam Gazzah, cultureel antropoloog en werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam. Gazzah werkte zij van 2008 tot begin 2010 als cultureel antropoloog in het Limburgs Museum. In 2008 behaalde zij haar doctorstitel aan de Radboud Universiteit (Nijmegen) met haar proefschrift: Rhyhtms & Rhymes of Life: Music & Identification Processes of Dutch-Moroccan Youth (2008). Een onderzoek naar de constructie van identiteiten aan de hand van popmuziek.

Een van de processen die Gazzah in haar proefschrift beschrijft, is de recente verschuiving van identificatie met de nationale achtergrond van migranten (ik ben Marokkaans en luister naar Marokkaanse muziek), naar een geleidelijke identificatie met een bredere islamitische gemeenschap. Poppodia hebben ingespeeld op de oorspronkelijke vraag van jongeren met het programmeren van oa. de populaire Rai-muziek.
De nieuwe tendens van het benadrukken van een moslimidentiteit hebben de poppodia nog niet vertaald in hun programmering. De nadruk blijft in de programmering liggen op regiospecifieke muziek, terwijl in de muziek, vooral de hiphop (ook van Nederlandse makelij) deze nieuw identificatie expliciet wordt uitgedragen. Er is dus een zekere kloof tussen vraag en aanbod, waardoor muzikanten en liefhebbers alternatieve kanalen creëren om in hun muzikale behoefte te voorzien.

Mirjam Gazzah werkte als cultureel antropoloog in het Limburgs Museum. In het museum bestond geen collectie islamitische kunst, terwijl de mijnbouw – een belangrijk thema in de regio – veel gastarbeiders met een islamitische achtergrond heeft getrokken. Deze mensen worden niet gerepresenteerd in de collectie van het museum. Het Limburgs Museum heeft zich als taak gesteld hier iets aan te veranderen. Gazzah voerde voor de inhoudelijke onderbouwing van deze collectievorming gesprekken met sleutelfiguren uit de migrantengroeperingen (jongerenwerkers, voorzitters van migrantenorganisaties, actieve vrijwilligers in moskeeën etc.). Dit was een zeer arbeidsintensief proces, waarbij veel deuren vaak gesloten bleven. Haar eigen etnische achtergrond (zelf een Nederlandse met een Tunesische vader) was hierbij regelmatig een voordeel om toegang te krijgen.

Gazzah geeft aan dat haar achtergrond ook problematisch kan zijn. Zij voelde zich soms tussen twee vuren, wanneer zij niet kon voldoen aan de hooggespannen verwachtingen van de mensen die zij sprak. Hierbij kan gedacht worden aan het houden van culturele evenementen en lezingen in het museum. Budgettaire beperkingen en programmatische keuzes van het management vormen de kaders waarbinnen zij moet werken. Het Limburg museum vervult een belangrijke rol in het promoten van Limburg. Het binnenhalen van migrantengroepen die zich vaak nauwelijks identificeren met de provincie, vertroebelt het uitdragen van een helder beeld waar Limburg voor staat.

Verdere beperkingen die zij waarneemt bij het opbouwen van een representatieve collectie is de achtergrond van de migranten zelf. De eerste migranten kwamen zonder enige bezittingen naar Nederland. Zij hebben als migrant geen mogelijkheid gehad tot het bewaren van fysieke culturele objecten. Voor de vanuit Marokko afkomstige Berbers komt daar nog eens bij dat zij afkomstig zijn uit een orale cultuur, waarbij de overlevering plaatsvond via verhalen, liederen en poëzie. Objecten waren nauwelijks van belang als dragers van culturele waarden. Het belang van materieel erfgoed leeft niet. Adviezen vanuit de gemeenschap zelf over de te vormen collectie waren dan ook moeizaam. Er was – in tegenstelling tot de tendens bij jongere generaties – geen sprake van een identificatie met een islamitische gemeenschap, maar eerder met de folkloristische karakteristieken van de eigen etnische groep. Ondanks de coöperatieve aanpak heeft het Limburgs museum voor zichzelf nog niet de vraag kunnen beantwoorden naar welke objecten zij op zoek zijn.

Wanneer het Limburgs museum werkelijk bereid is gevolg te trekken uit de ondervindingen, dan zou de eigen praktijk van collectievorming, met de onderliggende notie van wat als kunst gedefinieerd wordt, nader beschouwd moeten worden. Experimenten binnen het museum met het registreren van verhalen en poëzie bleken goed aansluiting te vinden. Een multidisciplinaire aanpak, zoals het Limburgs museum dat heeft gedaan met het aanstellen van een antropoloog, kan helpen bij het ontwikkelen van nieuwe visies en methodes.

Gepubliceerd door: admin